Burgerparticipatie door de ambtelijke organisatie

De gemeente Leiden heeft de ambitie om besluiten meer in samenspraak met de bewoners van de stad te nemen. Zij heeft als doelstelling een toegankelijke organisatie te zijn, gericht op samenwerking met burgers, instellingen en bedrijven in de stad. Dit is beschreven in de ‘Visie op de ontwikkeling van de ambtelijke organisatie’, waarover het College de Gemeenteraad op 22 januari 2014 geïnformeerd heeft. Deze Visie sluit aan bij het tussen alle raadsfracties gesloten Bestuursakkoord 2014 – 2018, waarin afspraken gemaakt zijn over betrokkenheid van inwoners en partners in de stad. Halverwege 2015 is begonnen met het aanpassen van de organisatiestructuur van de gemeente volgens deze Visie.

 

Het onderzoek

De verandering in de ambtelijke organisatie was voor de Rekenkamercommissie aanleiding om onderzoek te doen naar de verwachtingen die door deze manier van werken schept worden in de stad en te kijken in hoeverre deze aansluiten op de manier waarop de gemeente nu omgaat met burgerparticipatie. Het onderzoek is onder begeleiding van de Rekenkamercommissie uitgevoerd door onderzoeksbureau KplusV. Op 13 september 2016 heeft de Rekenkamercommissie het rapport aangeboden aan de Raad en het College van Leiden.

Er zijn voor het onderzoek drie casestudies uitgevoerd om antwoord te geven op de onderzoeksvragen. Dit betreft de herinrichting van de Breestraat, de ontwikkeling van de wijkvisie Zeeheldenbuurt en de ontwikkeling van de toekomstvisie van BplusC. Het beeld dat bij het analyseren van die casussen is ontstaan, is in workshops besproken met betrokkenen uit andere participatietrajecten. Hierdoor was het mogelijk om de getrokken lessen te veralgemeniseren.

 

Bevindingen

De Rekenkamercommissie concludeert op basis van dit onderzoek dat de gemeente Leiden goede stappen heeft gezet ter versterking van burgerparticipatie. Het is ons duidelijk geworden dat de organisatie geïnvesteerd heeft in het waarmaken van de ambities op dit terrein. Tegelijkertijd constateren wij dat burgers zich toch niet altijd serieus genomen voelen. In het rapport doen we enkele aanbevelingen om dit gevoel weg te nemen.

Zo raden wij aan om bij het nemen van een besluit om burgerparticipatie in te zetten, ook te besluiten over het doel, de manier en het moment waarop een traject wordt ingezet. In het verlengde hiervan raden wij aan om deze besluiten ook duidelijk te communiceren naar de personen en organisaties die bij het traject betrokken zijn, zodat voor iedereen helder is wat de kaders zijn en wat wel en niet mogelijk is binnen het traject. Daarnaast raden we aan om via een centrale plek binnen de gemeentelijke organisatie te blijven sturen op de manier van werken zoals deze in de Visie omschreven is. Het is volgens ons te kort dag om erop te vertrouwen dat de afzonderlijke afdelingen van de gemeente dit vanzelf doen.

 

De presentatie van het onderzoeksvoorstel in de commissie Werk en Middelen van 28 januari 2016 kunt u hier terugluisteren. Op 6 oktober is het rapport gepresenteerd in de commissie Werk en Middelen. Deze presentatie kunt u hier terugluisteren.

Downloads: