Veelgestelde vragen

Vragen en antwoorden over de formele kanten van een referendum in de gemeente Leiden.

Toon alles / Verberg alles

Wat zijn de taken van de referendumkamer?

De referendumkamer houdt toezicht op het proces rondom referenda. De referendumkamer heeft de volgende taken:

  • De raad adviseren over de toelaatbaarheid van een onderwerp waarvoor een referendumverzoek is ingediend.

  • De vraagstelling ontwerpen voor de handtekeninglijsten ten behoeve van het definitieve referendumverzoek.

  • De voorlichting over het referendum, alsmede het begeleiden van de pro-ja/pro-nee campagne.

  • Toezicht houden op de uitvoering van de verordening en de stemprocedure.

  • Adviseren bij geschillen tussen de gemeente en de initiatiefnemers.

  • Adviseren over de evaluatie van de gehouden referenda.

Kan over alle gemeenteraadsbesluiten een referendum worden gehouden?

Nee, sommige onderwerpen zijn uitgesloten. De Referendumverordening noemt negen soorten gemeenteraadsbesluiten waarover geen referendum mogelijk is:

  1. besluiten over voorstellen, gericht op het voor kennisgeving aannemen van nota's, rapporten en dergelijke;
  2. besluiten over voorstellen inzake individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen en verlening van kwijtschelding;
  3. besluiten in het kader van deze verordening;
  4. besluiten tot het voeren van rechtsgedingen;
  5. besluiten inzake belastingverordeningen;
  6. de conceptgemeentebegroting en de perspectiefnota;
  7. besluiten die dienen ter uitvoering van besluiten waarover al eerder een referendum ingevolge deze verordening heeft plaatsgevonden of met betrekking waartoe de mogelijkheid heeft bestaan tot het indienen van een daartoe strekkend verzoek zonder dat daarvan gebruik is gemaakt;
  8. besluiten tot het aangaan, opheffen of wijzigen van gemeenschappelijke regelingen;
  9. bestemmingsplan- en structuurplanwijzigingen voor zover die uitsluitend betrekking hebben op de verplichte doorwerking van planologische kernbeslissingen, aanwijzingen die zijn gegeven op grond van de Wet ruimtelijke ordening en tracébesluiten.
Is de raad verplicht toe te staan dat er een referendum wordt gehouden?

Nee. Ook als het niet gaat om een van de negen soorten besluiten waarover geen referendum mogelijk is, kan de raad toch, met redenen omkleed, besluiten om een referendumverzoek af te wijzen. De verordening noemt drie afwijzingsgronden:

  1. Het verzoek heeft betrekking op een onderwerp waarvoor de primaire verantwoordelijkheid bij een andere overheid ligt.
  2. Het verzoek heeft betrekking op een onderwerp met een bovenlokaal karakter.
  3. De raad stelt vast dat hij onvoldoende mogelijkheden ziet, dan wel niet bereid is, om te handelen conform een van de mogelijke uitslagen van het referendum.
Wie zijn de kiesgerechtigden bij een referendum?

De mensen die stemrecht hebben voor de verkiezing van de Leidse gemeenteraad mogen ook stemmen bij een referendum. De Referendumverordening biedt geen ruimte voor een referendum in een beperkt deel van de stad.

Wat is een inleidend referendumverzoek?

Als het college aan de gemeenteraad voorstelt om over een bepaald onderwerp een besluit te nemen, kunnen kiesgerechtigde inwoners van Leiden een verzoek indienen om over dat onderwerp een referendum te houden. Omdat er daarna nog een tweede fase volgt, wordt het verzoek vaak aangeduid als een 'inleidend' verzoek.

Wanneer moet een inleidend referendumverzoek worden ingediend?

Het inleidende verzoek moet uiterlijk een week voor de raadsvergadering waarin het onderwerp is geagendeerd bij de raad (per adres: de griffie) worden ingediend. Vanwege de korte termijn verdient het aanbeveling om het verzoek rechtstreeks aan de griffie te overhandigen.

Maar u kunt ook via DigiD een inleidend referendumverzoek indienen over een voorgenomen raadsbesluit. Naast uw eigen gegevens vult u ook de gegevens van minimaal twee mede-indieners in. Deze personen kunnen uitgenodigd worden voor een verkennend gesprek met de referendumkamer. Ook hebben wij uw motivatie voor dit inleidend referendumverzoek nodig. Daarnaast stuurt u als bijlage een (gescand) document mee voorzien van minimaal 750 handtekeningen.

Bij het vaststellen van de termijn van een week is uitgegaan van de gebruikelijke gang van zaken. Die houdt in dat de agenda van de gemeenteraad en de te behandelen voorstellen uiterlijk ongeveer tien dagen van tevoren bekend zijn. Er kunnen zich echter situaties voordoen waarbij een raadsvoorstel aanzienlijk later op de agenda wordt gezet. In zo'n geval zou het moeilijk of zelfs onmogelijk zijn om het inleidende verzoek binnen de gestelde termijn in te dienen. Als dan blijkt dat er toch een breed levende behoefte is aan het indienen van een referendumverzoek, zou de raad kunnen besluiten om de behandeling van het raadsvoorstel uit te stellen. Hierdoor zou alsnog de gelegenheid ontstaan om tijdig een verzoek in te dienen. De raad is daar overigens niet toe verplicht.

 

Hoe moet het inleidende verzoek eruit zien en worden ondersteund?

Tegelijk met het inleidende verzoek moeten de handtekeningen van 750 kiesgerechtigden worden ingeleverd. Formeel zijn er geen eisen met betrekking tot de lijsten of formulieren waarop de handtekeningen worden geplaatst. Het ligt echter voor de hand dat in ieder geval het onderwerp van het gevraagde referendum en de namen en adressen van de ondertekenaars worden vermeld. In de fase van het inleidende verzoek zijn alleen gewone handtekeningen toegestaan en is legitimatie bij het zetten van een handtekening niet vereist.

Ook via DigiD kunt u een inleidend referendumverzoek indienen over een voorgenomen raadsbesluit. Naast uw eigen gegevens vult u ook de gegevens van minimaal twee mede-indieners in. Deze personen kunnen uitgenodigd worden voor een verkennend gesprek met de referendumkamer. Ook hebben wij uw motivatie voor dit inleidend referendumverzoek nodig. Daarnaast stuurt u als bijlage het (gescande) document mee voorzien van minimaal 750 handtekeningen.

Wanneer kan worden begonnen met het inzamelen van handtekeningen?

Meestal is al duidelijk dat aan de raad zal worden voorgesteld om een bepaald besluit te nemen voordat het voorstel waarover het gaat op de raadsagenda staat. Het voorstel is bijvoorbeeld al besproken in een commissievergadering.

Er is geen bezwaar tegen dat er al handtekeningen voor een referendumverzoek worden ingezameld, voordat het voorstel op de agenda van de gemeenteraad staat. Voorwaarde is wel dat op de handtekeninglijsten duidelijk wordt aangegeven wat de strekking is van het concept-raadsbesluit waarover het referendum wordt gevraagd.

Wie worden beschouwd als indieners van het referendumverzoek?

Formeel zijn alle ondertekenaars van het referendumverzoek indieners van het verzoek. Voor nader overleg is dat niet praktisch. De verordening bepaalt dan ook dat moet worden aangegeven twee tot vijf ondertekenaars voor het vervolg van de procedure optreden als gesprekspartners namens de indieners. Deze mensen moeten door de overige ondertekenaars zijn gemachtigd om hen te vertegenwoordigen in overleg met bijvoorbeeld de griffie en de referendumkamer.

Wat gebeurt er na de indiening van een inleidend referendumverzoek?
  • Zodra er een inleidend verzoek binnenkomt, zorgt de griffie ervoor dat het college, de raad en de referendumkamer hierover worden geïnformeerd.
  • De referendumkamer moet op korte termijn, in ieder geval voor de raadsvergadering waarop het verzoek aan de orde komt, de raad adviseren over de toelaatbaarheid van het onderwerp. Daarbij gaat het ondermeer om de vraag of de Referendumverordening zich verzet tegen een referendum over dat onderwerp. Ook de vraag of er andere redenen zijn om het referendumverzoek niet in te willigen komt in het advies van de referendumkamer aan de orde.
  • De Referendumverordening bepaalt dat wanneer het college of een of meer leden van de raad van mening zijn dat het verzoek niet zou moeten worden ingewilligd, zij dat tijdig aan de referendumkamer moeten laten weten. Zo kan de referendumkamer alle argumenten tegen het honoreren van het referendumverzoek bij het advies aan de raad betrekken.
  • Voorafgaand aan het uitbrengen van het advies stelt de referendumkamer de betrokkenen, onder wie de vertegenwoordigers van de indieners en van degenen die bezwaren hebben tegen het verzoek, in de gelegenheid om hun opvattingen toe te lichten.
  • De griffie verzoekt het college om te onderzoeken of het aantal handtekeningen voldoende is. In verband met het ontbreken van een legitimatie-eis in deze eerste fase is dit slechts een globale toets: het gaat vooral om de vraag of de ondertekenaars, voor zover kan worden nagegaan, Leidse kiesgerechtigden zijn.
Hoe behandelt de raad een inleidend referendumverzoek?

Het inleidende referendumverzoek wordt in de raadsvergadering besproken voorafgaand aan de bespreking van het raadsvoorstel waarop het verzoek betrekking heeft. Het advies van de referendumkamer wordt daarbij betrokken.

Als de gemeenteraad instemt met het inleidende verzoek, staat daarmee nog niet vast dat er inderdaad een referendum zal worden gehouden. Het is namelijk vervolgens nodig dat er voldoende ondersteuningsverklaringen komen in de fase van het definitieve verzoek.

De inwilliging van het inleidende verzoek heeft wel tot gevolg dat de besluitvorming over het concept-raadsbesluit voorlopig niet wordt afgerond. De bespreking in de raad van het voorstel vindt wel plaats. Daarbij kunnen ook amendementen (wijzigingsvoorstellen) worden ingediend en in stemming worden gebracht. De uiteindelijke besluitvorming in de vorm van de eindstemming over het voorstel vindt echter pas plaats nadat de uitkomst van het referendumproces bekend is. Het onderwerp van het referendum is het concept-raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van de aangenomen amendementen.

Wat is de functie van de referendumvraag?

Het onderwerp van het referendum is het concept-raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van de aangenomen amendementen. Dat betekent niet zonder meer dat de letterlijke tekst van dat concept-raadsbesluit op het stembiljet komt te staan. Vaak is de tekst van een raadsbesluit nogal uitgebreid. Dan is het wenselijk om de vraag waar het in wezen om gaat eenvoudiger te formuleren.

De vastgestelde referendumvraag heeft twee functies. Ten eerste wordt die vraag vermeld op de handtekeninglijsten voor de ondersteuning van het definitieve verzoek. Ten tweede komt die vraag, als het inderdaad tot een referendum komt, op de stembiljetten te staan.
Dat er gewerkt wordt met een vereenvoudigde vraagstelling neemt niet weg dat de kiezers de letterlijke tekst van het concept-raadsbesluit gemakkelijk moeten kunnen vinden, onder andere in de documentatie die voorafgaand aan het referendum wordt verspreid.

Hoe wordt de referendumvraag vastgesteld?

Zo spoedig mogelijk nadat de raad heeft ingestemd met het inleidende verzoek buigt de referendumkamer zich over de vraagstelling. Daarbij overlegt de referendumkamer met vertegenwoordigers van de raad, de indieners en het college. Desgewenst kunnen ook anderen bij het overleg worden betrokken.

De raad stelt met inachtneming van het advies van de referendumkamer in de eerstvolgende vergadering de vraagstelling vast. De raad is niet gebonden aan het advies. Omdat de formulering van de vraagstelling erg nauw luistert, is het wel wenselijk dat voorstellen die de geadviseerde vraagstelling wijzigen eerst voor nader advies worden voorgelegd aan de referendumkamer.

Zijn er ook andere mogelijkheden dan een ja/nee-referendum?

In principe gaat het bij een referendum om de vraag of de kiezers het wel of niet eens zijn met het concept-raadsbesluit. Er is dan sprake van een ja/nee-referendum. Het komt een enkele keer voor dat een raadsvoorstel niet één concept-raadsbesluit bevat, maar twee alternatieven waaruit de raad geacht wordt te kiezen. De Referendumverordening maakt het mogelijk om in die situatie aan de kiesgerechtigden twee alternatieven voor te leggen. Zo'n referendum kan worden aangeduid als een A/B-referendum.

Is een 'preferendum' ook mogelijk?

Van een 'preferendum' is sprake bij een keuze uit meer dan twee varianten. De verordening maakt een preferendum mogelijk: als het concept-raadsbesluit meer dan twee alternatieven bevat, zouden die alternatieven aan de kiesgerechtigden kunnen worden voorgelegd. In een geval waarin het raadsvoorstel die alternatieven niet bevat, zou de raad aan het college kunnen vragen om daarin alsnog te voorzien. Een andere mogelijkheid is dat een of meer raadsleden een initiatiefvoorstel in deze zin indienen.

Bij een referendum met meer dan twee alternatieven bestaat de mogelijkheid dat de keuze valt op een variant waarop minder dan de helft van de geldige stemmen is uitgebracht. Dat kan eventueel als een nadeel worden beschouwd.

Wat is er nodig voor een definitief referendumverzoek?

Nadat de raad heeft ingestemd met een inleidend verzoek en de vraagstelling heeft vastgesteld, volgt de fase van het definitieve verzoek. Om het referendum te kunnen laten doorgaan, moeten in een periode van zes weken 5000 kiesgerechtigden een ondersteuningsverklaring afleggen.

De indieners van het referendumverzoek hoeven hierbij geen actie te ondernemen. Het college zorgt in overleg met het presidium van de gemeenteraad voor de organisatie van dit proces. Als er in de gestelde periode voldoende ondersteuningsverklaringen binnenkomen, is er sprake van een definitief verzoek.

Tellen de handtekeningen voor het inleidend verzoek ook voor het definitieve verzoek?

Nee, maar iemand die het inleidende verzoek heeft ondersteund, kan ook het definitieve verzoek ondersteunen.

Wanneer start de periode van 6 weken voor het verzamelen van handtekeningen?

Het college bepaalt in overeenstemming met de raad op welke dag de periode van zes weken begint waarin de ondersteuningsverklaringen kunnen worden afgelegd. Het college zorgt voor de tijdige bekendmaking hiervan en geeft informatie over de manier waarop verklaringen kunnen worden afgelegd.

Hoe gaat de ondersteuning via gewone handtekeningen in zijn werk?

De vorm van de papieren handtekeninglijsten wordt vastgesteld door het presidium. De handtekening kunnen worden gezet in het Stadhuis en op ten minste vier andere locaties in Leiden. De locaties worden aangewezen door het college in overeenstemming met de raad. Ten minste een van deze locaties is geopend op de koopavond en op zaterdag.

Bij het plaatsen van een handtekening moet een kiesgerechtigde zich op de gebruikelijke manier legitimeren.

Hoe kan de voortgang van de ondersteuning worden gevolgd?

Het aantal binnengekomen ondersteuningsverklaringen wordt wekelijks door de burgemeester bekendgemaakt via een bericht op de website en in de Stadskrant.
Als het benodigde aantal voor het eind van de termijn van zes weken is bereikt, kan de mogelijkheid tot het afleggen van de verklaringen tussentijds worden beëindigd.

Hoe worden de ondersteuningsverklaringen gecontroleerd?

Het college controleert of de handtekeningen en de digitale ondersteuningsverklaringen afkomstig zijn van Leidse kiesgerechtigden. Verder controleert het college of iedere kiesgerechtigde niet meer dan één ondersteuningsverklaring heeft afgelegd. Na correctie voor ongeldige verklaringen en dubbeltellingen wordt het aantal geldige ondersteuningsverklaringen vastgesteld.

Hoe wordt het besluit over het definitieve verzoek genomen?

Als het definitieve verzoek niet voldoende wordt ondersteund, verklaart de raad het referendumverzoek niet-ontvankelijk.

Als het verzoek wel voldoende wordt ondersteund, wordt het referendumverzoek gehonoreerd. De verordening bevat echter een mogelijkheid om hiervan af te wijken: als de raad van oordeel is dat er na het besluit over het inleidende verzoek sprake is van 'nieuwe feiten of omstandigheden van substantiële aard', kan de raad, na raadpleging van de referendumkamer, het verzoek toch nog afwijzen.

Kan de raad ook zelf het initiatief nemen voor een referendum?

Ja. De verordening noemt de mogelijkheid dat een of meer leden van de gemeenteraad een voorstel indienen om over een concept-raadsbesluit een referendum te houden. De raad beslist vervolgens over zo'n voorstel. Het inzamelen van handtekeningen van kiesgerechtigden blijft hierbij uiteraard achterwege.

Wie stelt de datum van het referendum vast?

Wanneer de raad instemt met een definitief verzoek, bepaalt hij tegelijk daarmee of zo spoedig mogelijk daarna de datum van het referendum. Het college geeft hierover een advies. Hierbij kan worden overwogen of er een mogelijkheid is om het referendum gelijktijdig te houden met een reguliere verkiezing.

Hoe wordt er voorlichting gegeven over het referendum?

Als besloten is om een referendum te houden, zorgt de gemeente ervoor dat de kiesgerechtigden worden geïnformeerd over het onderwerp van het referendum en worden opgeroepen om eraan deel te nemen. Hier ligt een rol voor zowel het college als de raad en de griffie.

De referendumkamer ziet erop toe dat de voorlichting door de gemeente neutraal is en dat de voor- en tegenstanders daarin evenveel kans krijgen om aan het woord te komen.

Worden er ook bijdragen verstrekt voor campagneactiviteiten?

De raad stelt een budget vast voor bijdragen in de kosten van campagneactiviteiten van groeperingen die betrokken zijn bij het referendum. Het college stelt met inachtneming van een advies van de referendumkamer regels vast voor de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om in aanmerking te komen voor een bijdrage.

Het uitgangspunt is dat voor de pro ja-groeperingen evenveel beschikbaar is als voor de pro nee-groeperingen. Daarnaast kan een deel beschikbaar worden gesteld aan organisaties die geen standpunt innemen, maar bijvoorbeeld het debat over de te maken keuze willen bevorderen. De referendumkamer adviseert over de toekenning van de campagnebijdragen.

Wat gebeurt er bij geschillen?

Als bij het referendumproces betrokken partijen menen dat er sprake is van ongelijke behandeling door het gemeentebestuur of van het gebruik van unfaire methoden door andere betrokkenen, kunnen zij een klacht indienen bij de referendumkamer. De referendumkamer onderzoekt de gang van zaken en brengt daarover een openbaar advies uit.

Tijdens het hele referendumproces ziet de referendumkamer er ook uit eigen beweging op toe dat de verordening op een faire en evenwichtige manier wordt uitgevoerd. Wanneer er een ongewenste situatie wordt geconstateerd, kan de referendumkamer daarover een advies aan de raad uitbrengen.

Welke regels gelden voor het eigenlijke referendum?

Volgens de verordening zijn de regels voor een gewone verkiezing, zoals die in de Kieswet en het Kiesbesluit staan, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing op een referendum. De kiesgerechtigden ontvangen dus ook een stempas, kunnen hun stem uitbrengen op een stembureau door op het stembiljet één vakje voor een keuzemogelijkheid rood te maken, kunnen onder bepaalde voorwaarden iemand anders machtigen, enzovoort.

Wanneer is een referendum geldig?

Een referendum is geldig als meer dan 30% van het aantal kiesgerechtigden een geldige stem heeft uitgebracht. De uitslag wordt bepaald door de keuzemogelijkheid waarop de meeste geldige stemmen zijn uitgebracht.

 

Wat gebeurt er nadat de uitslag van het referendum bekend is?

De raad neemt zo mogelijk in de eerste vergadering na het referendum, maar in ieder geval niet later dan na twee maanden, een besluit over het concept-besluit waarover het referendum is gehouden.

De wet laat niet toe dat de raad zich tevoren volledig vastlegt op het volgen van de uitslag van een referendum. De raad kan er dus uiteindelijk alsnog voor kiezen om een besluit te nemen dat afwijkt van de uitkomst van het referendum.